Een koor profileert zich vanzelfsprekend van de beste kant. Maar is er ook een keerzijde? Tijdens een interview belichten Michel Poels, dirigent en initiatiefnemer van Koorlog, en Janrense Boonstra, deelnemer aan de voorstelling, de andere kant van het 'prachtige' van koren en koorleden.
Alweer enige tijd geleden werd zingend Haarlem opgeschud door een theatervoorstelling met de sprekende titel 'Koorlog'. Een bijna hilarische voorstelling over een koor en alle stekeligheden die zich kunnen voordoen binnen de dynamiek van koorleden. Humoristisch aan de ene kant. Maar ook met een diepere, serieuze laag aan de andere kant. Koorlog werd later ook nog opgevoerd in Zaandam en Amsterdam. Wie zou denken dat die Koorlog over is komt bedrogen uit.
In april vindt nog een aantal voorstellingen plaats in Delft. En wie weet nog meer. Koorlog is bedacht door Michel Poels. Hij maakte de compositie en voert de muzikale leiding. Don Duyns schreef het scenario. Hoe kwam Michel op het idee voor Koorlog?
Michel: Eigenlijk komt het door de vele subsidieaanvragen die ik schreef. Je schrijft dan iedere keer weer over hoe verbindend koren zijn en hoe saamhorig. Zingen is goed voor de sfeer en dergelijke. Dat wordt op een gegeven moment wel een verkooppraatje. En klopt het eigenlijk wel allemaal? Dus ik bedacht me iets te maken over een koor waar de dingen wringen. Ik dacht daarbij meteen aan 'Fanfare' van Bert Haanstra. Die is goed in het aan de mensen een spiegel voorhouden. Je lacht om de situaties. Maar tegelijkertijd zou jij zelf diegene kunnen zijn waarom je lacht. Ik had dat al in 2015 bedacht. En toen kwam er nog eens dat hele #MeToo-gebeuren. Eerst ging het dus over het interne verhaal van een koor. Hoe ga je met elkaar om. Later werd het breder met onderwerpen als verrechtsing, verharding en mensen met hun eigen gelijk en kijken naar sociale veiligheid.
Kan je bijvoorbeeld zeggen dat je buurman niet zuiver zingt? Een dirigent kan niet alles horen dus het kan goed zijn als iemand dat aanstipt. In een orkest zit daartoe een hiërarchie waarbij ieder deel instrumenten hun 'aanvoerder' hebben. Die is dan aanspreekpunt voor deze dingen binnen hun groep. Werkt dat niet dan kun je steeds even wat hoger. Maar je begint binnen de eigen gelederen. In een koor ontbreekt die hiërarchie veelal.
Red.: Je veilig voelen, ook binnen een koor, is belangrijk. Hoe gaan koren daar mee om?
Michel: Er is helaas nog vaak sprake van ontkenning. Maar ook zijn zaken soms niet goed in zicht. Ik leidde ooit een koor waarbij de groep heel hecht met elkaar zong en werkte. Pas later hoorden we dat nieuwkomers moeite hadden om daarbij te komen, erbij te horen. We zagen het niet. Sesam Academie geeft naar aanleiding van de voorstelling nu workshops voor besturen van koren om zaken zichtbaar en bespreekbaar te krijgen.
Red.: In het verhaal heeft de 'oude' dirigent de macht, de 'nieuwe' dirigent meer de passie. Hoe werkt de dynamiek vanuit de dirigent?
Janrense: ik zing bij Kwarts, een vocaal ensemble met 18 leden. Voorheen hadden we een dirigent die in de loop van 15 jaar de touwtjes echt in handen had. Maar sinds een jaar hebben we een nieuwe, Japanse, dirigent met een totaal andere houding. Als je iets vraagt legt hij een wedervraag bij je terug. Je kan dus met “macht” iets afdwingen of in overleg samen kijken hoe iets zit en wat er kan gebeuren. We zijn benieuwd hoe dit verder gaat.
Red.: Is die dynamiek ook bron geweest voor de voorstelling?
Janrense: Koorleden hebben zogenaamde testimonials aangeleverd en die zijn verweven in het stuk. Een aantal daarvan zijn vooraf ingesproken en dus voelen ze niet meer de spanning het in het stuk nog eens te moeten zeggen. Zo is er het verhaal van iemand die naar koor gaat als afleiding omdat zijn vrouw is overleden. Later in het stuk komt dat in een andere situatie terug als 'je bent dan wel je vrouw verloren, maar dat wil niet zeggen dat je hier een grote bek moet hebben'. Best wel hard.
Michel: Ook is er de scène dat een 'nieuwe’, nadat het koor 'Welkom bij ons koor' heeft gezongen, haar plek moet vinden, maar krijgt te horen dat misschien 'achteraan' nog wel een stoel te vinden is.
Nog scherper is het deel waarbij de sopranen in de hoofdrol strijden om een solo te mogen zingen. De dirigent wil daar wel privileges aan geven zolang er maar wel 's-avonds op zijn kamer wordt geoefend.
Michel heeft de kans gegrepen om deze voorstellingenreeks in Delft nog wat aan te scherpen. Vooral aan het eind. Mensen mogen lachen, maar er moet ook worden nagedacht over sociale onveiligheid en grensoverschrijdend gedrag. En soms is het in de praktijk al zo gewoon dat het niet meer overkomt als iets wat kwalijk kan zijn.
Zowel in Groningen als in Wageningen klonken geluiden van groepen mensen die het stuk ook zouden willen opvoeren. Michel laat het maar even voor wat het is. Soms ebben de geluiden weg. En als het echt zo is dan wil hij wel meekijken. En al is het dan niet in een voorstelling: de situaties zijn mogelijk aan de orde van de dag bij koren en koorleden!